Het belang van herhaling (Ebbinghaus) en kleine stapjes (Vygotski)

Gepubliceerd op 25 maart 2025 om 12:11

In januari en februari hebben mijn leerlingen van Havo-3 voor de verandering eens geen proefwerk gemaakt ter afsluiting van een hoofdstuk maar een Praktische Opdracht. Het thema van het hoofdstuk (Grandes Lignes 3H, chapitre 3) was “En route” en ik vond dit een geniale vondst van de collega’s die dit ooit bedacht hebben. In de PO moesten leerlingen in groepjes een reis naar een Franstalig gebied bedenken en organiseren (vervoer, verblijf, restaurants, activiteiten, enz.) en daar een reisverslag van schrijven. Het onderwerp paste niet alleen goed bij de het lexicale thema maar ook bij het grammaticale onderwerp: de Passé Composé. De leerlingen waren 6 weken lang enthousiast aan het werk en kwamen met de mooiste producten. Ze hebben veel gedaan, de lessen waren leuk maar ze hebben weinig geleerd. Hoe kan dit? In de volgende tekst probeer ik hier een antwoord op te geven.

Natuurlijk is de beschikbaarheid van vertaalsoftware de achilleshiel van elke schriftelijke opdracht die leerlingen op een computer met internet moeten maken. Leerlingen schrijven een tekst in het Nederlands, plakken die in bijvoorbeeld DeepL en er wordt een fraaie Franstalige tekst geproduceerd die ze vervolgens in Word plakken. Of ze geven ChatGPT de opdracht om het voor hen te doen.

Als de teksten van de PO’s die ik van mijn Havo-3-leerlingen heb gekregen echt het resultaat waren van hun eigen kennis en taalvaardigheid, dan kunnen ze allemaal Frans kiezen in klas 4 en eigenlijk meteen ook examen doen. Gelukkig weet ik wel beter. En ook de beheersing van de Passé Composé is werkelijk fantastisch. Met uitzondering van een enkele leerling die het PO in de tegenwoordige tijd heeft geschreven (en dus ChatGPT de verkeerde instructie heeft gegeven of een zelfgeschreven Nederlandse tekst in de tegenwoordige tijd in Google Translate heeft ingevoerd), beheersen mijn Havo-3 leerlingen deze tijd op een hoog niveau, inclusief de ‘être-regel’ en zelfs de ‘avoir-regel’. Gelukkig weet ik wel beter.

Ik verwacht dat als ik hen volgende week een simpel tekstje laat schrijven over hun reis, ze er niets meer van bakken. Ze hebben amper nog woorden van dit thema in hun geheugen en de meesten beheersen de Passé Composé absoluut niet. Wat de woorden betreft: dat is natuurlijk de valkuil van een thematisch aangeboden woordenschat: Als het thema verandert, komen leerlingen de woorden van de vorige thema’s te weinig tegen om voor duurzame kennis te zorgen. Wat de grammatica betreft, kun je nog argumenteren dat de Passé Composé behoort bij het domein ‘inzicht’ en dat dit ook moet groeien doordat het een aantal keren ‘geleerd’ moet worden. En dat is natuurlijk waar. Herhaling zorgt voor duurzame kennis! Maar de Passé Composé wordt al in klas 1 (Grandes Lignes 1HV, Chapitre 5) voor het eerst geleerd. Toevallig was ik afgelopen week net bezig met de voorbereidingen voor dit hoofdstuk. En ik zag meteen wat het probleem was. Ik zal dat in het laatste deel van deze blog uitleggen.

Na de gebruikelijke receptieve introductie in oefening 16, die als doel heeft om bestaande kennis en het taalkundig bewustzijn van leerlingen te activeren (niks mis mee), volgt de regel (in het groen) waarna geoefend wordt met het zelf gebruiken van de Passé Composé. Ik heb zelf een sterke voorkeur voor een impliciete en inductieve benadering maar de makers van Grandes Lignes niet. Omdat ik me op de school waar ik werk verplicht voel om de door de vakgroep gekozen methode (expliciet, deductief, grammatica, primair gericht op schriftelijk taalgebruik) te gebruiken, kan ik er mee leven en wilde ik mijn best doen om dit onderdeel zo goed mogelijk te doen. Maar toen ik bekeek hoe deze expliciete en deductieve benadering van de Passé Composé in de praktijk uitgewerkt was, kreeg ik het benauwd. Ik realiseerde me voor de zoveelste keer dat ik zelf aan de bak moet om leerlingen iets te laten leren. Met de oefeningen van het boek lukt dat helaas niet: Leerlingen beginnen meteen met een oefening waarbij ze enkele vragen moeten beantwoorden (17b) en een oefening waarbij ze 6 zinnen moeten opschrijven door correct te combineren (17d). Daarna mogen ze zelf enkele zinnetjes schrijven op basis van plaatjes (17f) en door woorden op de juiste plek te zetten  (17g). Tenslotte moeten ze in vrije oefening (18) een korte mail beantwoorden waarin ze het geleerde moeten toepassen. Ik durf te wedden dat als ik het boek volg, de leerlingen het na een maand weer vergeten zijn. En zoals de Vergeetcurve van Ebbinghaus suggereert, is een herhaling na 2 maand zinloos.

Hoe zou ik het (expliciet-deductief) gedaan hebben (en hoe ga ik dat misschien doen om de oefeningen van het boek te vervangen)? Ik houd rekening met Ebbinghaus (Forgetting Curve – Spaced Repetition) en met Vygotski (Zone of proximal development) door veel herhaling in te bouwen en steeds kleine stapjes te zetten in het oefenproces:

  1. Ik laat ze eerst het werkwoord ‘avoir’ grondig herhalen. Bij voorkeur met behulp van Verbuga.
  2. Daarna leg ik uit hoe ze een voltooid deelwoord moeten maken en laat ik het voltooid deelwoord van 25 regelmatige werkwoorden opschrijven.
  3. Daarna laat ik ze met regelmatige werkwoorden uit de woordenlijst vormen vertalen van het Nederlands naar het Frans (ik heb gevonden,……)
  4. Vervolgens laat ik hetzelfde doen met Verbuga.
  5. Daarna pas laat ik ze vragen beantwoorden in de Passé Composé (zoals bij 17b)
  6. Van deze laatste heb ik een aantal series en we gaan door tot niemand meer een fout maakt. En we blijven ze mondeling herhalen in de lessen daarna.
  7. Tenslotte geef ik ze een open opdracht waarin ze het geleerd moeten toepassen.
  8. Daarna wordt pas ‘être’ als hulpwerkwoord geïntroduceerd (een ander hoofdstuk in Grandes Lignes) en begin ik weer bij 1.
  9. Pas als beide beheerst worden, ga ik ze combineren in mijn oefeningen.

Door kleine stapjes te zetten en veel te herhalen ben je wel veel tijd kwijt aan deze grammatica. En dat lijkt niet de bedoeling maar vergis je niet: Leerlingen herhalen ondertussen veel andere dingen (met name op lexicaal gebied) waardoor ook op lexicaal gebied duurzame kennis ontstaat.

Maar ga ik dit daadwerkelijk doen? Ik denk het niet. Niet omdat het niet zou passen bij mijn (evidence-based) voorkeur voor een impliciete en inductieve benadering maar domweg omdat ik loyaal moet zijn aan de keuze van de vakgroep. En als je een duur boek koopt, lijkt het me niet de bedoeling dat je nog veel werk hebt aan het ontwerpen van oefenstof. Je mag ervan uitgaan dat de makers de overtuiging hebben dat het op deze manier kan/moet. Kortom, ik steek de kop maar weer in het zand!

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.